Hét nieuws uit Vollenhove en Sint Jansklooster
23 mei 2022
Agenda
Active

Steenwijkerland vraagt om onderzoek naar geroofd joods vastgoed

Geplaatst op: 29 december 2021

Wat is er gebeurd met het geroofde onroerend goed – woningen en bedrijven – van Joden uit Steenwijkerland en met het bezit van de Joodse Gemeente Steenwijk (Het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap). De gemeente laat onderzoeken hoe tijdens en ná de oorlogsjaren met Joodse eigendommen is omgesprongen en kijkt ook kritisch naar haar eigen rol. Nog veel is onduidelijk, daarom is ook de hulp van inwoners welkom.

Winst met roofhandel

Tijdens de bezetting werd veel van het Joodse (on)roerend goed door de Duitsers onteigend en – vaak ver onder de marktwaarde – doorverkocht. Huizen, maar ook winkel- en bedrijfspanden van Joodse eigenaren die door hun onderduik of deportatie naar de concentratiekampen leeg kwamen te staan. De inboedel werd op meerdere locaties opgeslagen. Van de winst die de nazi’s met deze roofhandel maakten zijn onder meer de kampen Westerbork en Vught bekostigd.

‘Hoe er ná de oorlog precies is omgegaan met het verkochte Joodse onroerend goed en de geliquideerde of onteigende Joodse bedrijven, is helaas maar ten dele bekend’, zegt Martin van der Linde. De publiekshistoricus bij de IJsselacademie voert het onderzoek uit in opdracht van de gemeente Steenwijkerland. ‘Over het algemeen vond er in Nederland wel rechtsherstel plaats, en werden bezittingen teruggegeven aan de eigenaren of hun nabestaanden.’

Een kille ontvangst

Was dat ook in onze gemeente het geval? Zijn alle bezittingen weer netjes in handen gekomen van de rechtmatige eigenaren of hun nabestaanden, en is dat ook financieel correct gegaan? Uit de negen toenmalige gemeenten die nu samen Steenwijkerland vormen, zijn circa 60 Joodse inwoners weggevoerd en vermoord. Degenen die de oorlog  wel overleefden en terugkeerden, kregen hier bepaald geen warm onthaal. ‘De ontvangst van uit de oorlog teruggekeerde Joden was in heel Nederland kil. Bekend is ook dat velen van hen een juridische strijd moesten aangaan om hun eigen panden terug te krijgen’, zegt de onderzoeker. Ook in de Kop van Overijssel zijn gevallen  bekend waarbij oorspronkelijke eigenaren na de bevrijding evacués of oorlogskopers in hun woning aantroffen. ‘Zij moesten vaak grote moeite doen om hun eigen bezittingen terug te krijgen.’

Zoeken in vastgoedboeken

De Duitsers hielden hun vastgoed-administratie nauwgezet bij in een reeks Verkaufsbücher; dankzij deze vastgoedboeken zijn ruim 7.000 transacties bekend met een totaalwaarde van – toen – zo’n 100 miljoen gulden, nu een slordige 600 miljoen euro. In de Verkaufsbücher staan ook 22 verkochte panden in Steenwijk en 2 in Blokzijl. Maar Van der Linde vermoedt dat die lijst niet compleet is. ‘Een deel van de vastgoedboeken is namelijk vermist. In andere Nederlandse plaatsen zijn, door soortgelijk speurwerk, al méér transacties gevonden dan in die boeken staan vermeld. Zo stuitte ik in het archief van het Kadaster bij Collectie Overijssel zelf al op twee extra adressen, die op een lijst  stonden van onteigende en verkochte onroerende goederen tijdens de oorlog.’

De rol van de gemeente

Hoe de gemeenten zich opstelden in deze situaties moet nader worden onderzocht. Waarom? ‘Om dit hoofdstuk af te kunnen sluiten is het voor Joodse nabestaanden belangrijk te weten welke rol de lokale overheid speelde bij de onteigening, verkoop en teruggave van Joodse bezittingen. Heeft de gemeente actief meegewerkt met de Duitse  bezetter? Zijn Joodse eigendommen door de gemeente zelf opgeslagen of overgenomen? En hoe handelde men ná de oorlog, was er sprake van financieel voordeel?’ Van andere gemeenten, die dit onderzoek hebben uitgevoerd, is bekend dat ten onrechte boetes over niet betaalde erfpacht in oorlogsjaren in rekening zijn gebracht bij Joden die terugkeerden uit de kampen of onderduik. Ook zijn Joden na de oorlog aangeslagen voor niet-geïnde belasting of huurpenningen. ‘Binnen ons onderzoek kijken we ook of hiervan sprake was in de toenmalige gemeenten.’

Alle puzzelstukjes welkom

Hoe kunnen inwoners van Steenwijkerland helpen? ‘Het is een zoektocht, dus alle puzzelstukjes zijn welkom. Misschien weten nabestaanden, erfgenamen of buren nog iets? Misschien zijn er spullen bewaard die opheldering geven? Documenten zoals notariële akten, financiële stukken, brieven, privé archieven. Het hoeft echt niet openbaar  gemaakt te worden, maar als ik het in kan zien zou dat fijn zijn en het onderzoek verder helpen.’

Hoe straks verder?

Het onderzoek naar de rol van de gemeente bij het geroofde Joodse vastgoed wordt in de loop van volgend jaar afgerond. En dan? ‘Rechtvaardiging’, zegt Martin van der Linde. ‘Het gaat om een stuk afhechting van de geschiedenis. Het is belangrijk dat we met elkaar weten hoe het is gegaan. Als je een goede samenleving wilt zijn moet je ook in het reine komen met je donkere kanten. Dan kun je niet zeggen: “ach, dat is zó lang geleden.” Bovendien zien we nog steeds, en opnieuw, een groeiend antisemitisme en dat is zorgelijk. Dit verhaal móet verteld worden.’

Met vragen of informatie kunt u terecht bij Martin van der Linde, telefonisch via 06- 221 078 71 of via email: mvanderlinde@ijsselacademie.nl. Uw gegevens worden uiterst vertrouwelijk behandeld.

Gepubliceerd door Robert Jansema
Leistra